Index

De Hofvilla

Hoofdstuk 3. De organisatie van het onderwijs

3.1 De schoolorganisatie

De groepsleerkracht is voor de kinderen en voor de ouders de verantwoordelijke persoon en het aanspreekpunt. Alle kinderen worden regelmatig geconfronteerd met andere leerkrachten in verband met:

  • Vakleerkracht (bewegingsonderwijs, koken, beeldende vorming, ICT, techniek, dans)
  • Ateliers, ouders en externen.

In het team is de afspraak gemaakt dat er naar gestreefd wordt om in elke groep niet meer dan twee verschillende leerkrachten te laten werken.

Wij hebben twee Intern begeleiders (I.B.) Ilse Lamers en Lisette Kuijpers-Gardien, die zorg dragen voor de zorgbreedte binnen de school.
De ICT en techniek worden op school verzorgd door Ilona Jagtenberg, Marit Duinisveld en Marco van Gasteren. Zij coördineren de gang van zaken en het gebruik van digitale middelen en techniek in de school.

Voor leerlingen die extra uitdaging nodig hebben voor hoofd, handen of hart, kan onder speciale voorwaarden extra lesstof aangeboden worden in de Talentklas, welke wordt gecoördineerd door Lisette Kuijpers-Gardien.

3.2 De groepen

De school werkt met groepen die ingedeeld zijn in jaarklassen. De groepen 1 en 2 worden altijd gecombineerd. Binnen de groepen wordt gedifferentieerd gewerkt. Iedere groep wordt zoveel mogelijk bij elkaar gehouden, maar het komt voor dat leerlingen met een eigen programma op een bepaald gebied de stof van een hogere of lagere jaarklas verwerken. Dit gebeurt na overleg met de groepsleerkracht, I.B’er en ouder(s). Op basis van de talenten van de leerlingen zullen we steeds meer gaan aansluiten bij de zone van de naaste ontwikkeling. In het schooljaar 2020-2021 starten we met 22 groepen: er zijn zes kleutergroepen, drie groepen 3, drie groepen 4, drie groepen 5, drie groepen 6, twee groepen 7 en twee groepen 8.

3.3 Samenstelling van het team

In het schooljaar 2021-2022 zijn de leerkrachten als volgt verdeeld:

Samenstelling van het team
AantalLeerkracht(en)
1-2A 27Helma Voskuil (ma, di) en Dionne Kok (woe, do en vrij)
1-2B27Annette Warmerdam (ma, di) en Janine Buizert (woe, do en vrij)
1-2C28Monika Olsthoorn
1-2D27Carly van der Meer (ma, di, woe om de week) en Ashley Schrijvers (woe om de week, do en vrij)
1-2E 26Karlijn van Tilburg (ma en di) en Manon Spies (woe, do en vrij)
1-2F 26Marieke Dorgelo (ma, di) en Marjolein Kraus (woe, do, vrij)
3A28 Manja Groenendaal (ma en di), Esmée van der Goes (woe), Myrthe Bankeman (do, vrij)
3B28Christine Reebergen (ma, di) en Tonia Heskes (woe, do, vrij)
3C29Jenny de Bruyn
4A27Esther van Leeuwen (ma, di, do en vrij) en Shanna Grootscholten (woe)
4B27Dick Edens
4C28Sam Voogt
5A22Mariëlle Wils (ma, di, woe) en Monique van Veen (do, vrij)
5B25Kelly de Ruiter
5C27Kyara de Leur
6A25Kimberly Kobes
6B25Martijn Groen
6C25Luciënne Verbeek (ma, di en woe) en Kim van der Knaap (do en vrij)
7A26Marianne Duindam
7B25Marit Duijnisveld (ma, woe, do en vrij) en Djeli Joosten (di)
7C25Mariska Ruigrok
8A28Mandy van Gaalen (ma, di, woe, vrij) en Lisa Zwinkels (do)
8B27Brenda van der Goes
Samenstelling van het team
FunctieNaam
DirecteurMieke Hopmans Directeur
Adjunct-directeur Ciska de Koning (ma, woe, do)
BouwcoördinatorenHelma Voskuil (onderbouw) (do)
Miechelle Zuijderwijk (middenbouw) (ma, di, do)
Mandy van Gaalen (bovenbouw) (don)
1 t/m 8 vakleerkracht bewegingsonderwijs Rowdy Janssen (ma t/m vrij), Shanna Grootscholten (ma, di)
1-2 vakleerkracht kleuterdans Diane Riksen (woe)
3 t/m 8 vakleerkracht beeldende vorming en koken Annemieke Krapels (woe, do, vrij)
SecretaresseCarol van Steekelenburg (ma, do) en Wendy de Munck (woe, vrij)
TalentklasLisette Kuijpers-Gardien (do, vrij)
Club Geluk Manja Groenendaal (woensdag om de 14 dagen)
Rots en Watertraining Lianda Zwinkels (di)
IB-RTIlse Lamers (ma, di, woe, do) en Lisette Kuijpers-Gardien (woe)
ICT coördinator Ilona Jagtenberg (ma, di, woe) en Marit Duijnisveld (di)
Melisande Schurmann
Diane Riksen
Miechelle Zuijderwijk
Ilona Jagtenberg
Stagebegeleiding &coachingMelisande Schürmann (ma, woe, do)
Talent CoördinatorenCiska de Koning en Miechelle Zuijderwijk
Vakleerkracht onderzoekend en ontwerpend lerenMarco van Gasteren (ma, woe)
AandachtsfunctionarissenMarjolein Lange en Ilse Lamers
Taal KwaliteitscoördinatorDiane Riksen (do, vrij)
Rekencoördinatoren Christine Reebergen (woe, do) en Dick Edens
Conciërge John de Koning (ma, woe en vrij)

3.4 Activiteiten voor de leerlingen

Op de Hofvilla doen wij verschillende activiteiten tijdens het gehele schooljaar. In het ouderportaal van ParnasSys en op de website, kunt u de data van verschillende activiteiten vinden in de jaarplanning.

Het schoolreisje, het kleuterfeest en het schoolfeest

Het schoolreisje en het schoolfeest organiseren wij in een cyclus van twee jaar. De schoolreis is voor de leerlingen van groep 3 t/m 8. De jongere kinderen worden in groepjes ingedeeld en begeleid door een ouder. De oudere kinderen gaan zelfstandig in groepjes en staan onder toezicht op afstand. Op dezelfde dag als het schoolreisje hebben de groepen 1 en 2 een kleuterfeest op school. De kosten voor beide activiteiten zijn gelijk en worden geïnd door de oudervereniging.

Sportdag

De jaarlijkse sportdag is voor de kinderen van groep 1 t/m 8 van onze school. Op deze dag worden er verschillende activiteiten gedaan zodat de kinderen op een sportieve wijze elkaar ontmoeten in en rond de school in het Hofpark, of op de velden van VELO. De kinderen worden begeleid door leerkrachten en ouders. Voor groep 1 en 2 is de sportdag op school. Door de invoering van de Koningsspelen zullen wij onze jaarlijkse sportdag combineren met de Koningsspelen.

Projectweek

Eens per jaar wordt er op onze school een ‘projectweek’ gehouden. Leerlingen en leerkrachten werken dan twee weken in de middaguren aan een bepaald thema. In het schooljaar 2021-2022 trekken wij de projectweek gelijk met de Kinderboekenweek.

Kunstzinnige vorming

Als school participeren wij met alle scholen van Wateringen in het ‘Kunstmenu’. Het Kunstmenu wordt samengesteld door mensen die bij Het Kunstgebouw werken. Het Kunstgebouw is een stichting die zich bezighoudt met kunst en cultuur in de provincie Zuid-Holland. Kunstmenu is kijken, luisteren, je verwonderen, geraakt worden, je ergeren, kortom: meeleven. Het is professionele kunst meemaken. Theater, een vioolconcert, een tentoonstelling op school… van alles… Ieder kind bezoekt per schooljaar één activiteit. In de ouderbijdrage zit een gedeelte voor de te maken kosten ingesloten. Daarnaast krijgen de groepen 1 en 2 de komende twee jaar extra lessen muziek en de groepen 3 en 4 krijgen de komende twee jaar extra lessen drama door een toegekende subsidie van de gemeente Westland. In het schooljaar 2020-2021 hebben we naschoolse kunst- en muzieklessen. De kinderen van de groepen 1 t/m 8 kunnen zich hiervoor opgeven.

Bezoek aan verschillende bedrijven

Er worden bedrijfsbezoeken gehouden in het kader van wetenschap en techniek.

Bezoek aan scholen voor voortgezet onderwijs

Leerlingen van groep 8 bezoeken scholen voor voortgezet onderwijs.

Prinsenbos en WNME

Bijna iedere groep brengt gedurende het schooljaar een bezoekje aan het Prinsenbos waar zij een natuurles zullen volgen. Daarnaast zijn wij met de Hofvilla ook aangesloten bij het Westlands Natuur en Milieu Educatieprogramma (WNME). Verschillende keren per jaar kunnen groepen een activiteit boeken binnen of buiten de school die op dat moment past binnen het behandelde thema of de lesstof.

3.5 Het verwerven van de basisvaardigheden

Eén van de belangrijkste basisvaardigheden is het leren omgaan met elkaar. In iedere groep wordt hier dagelijks aandacht aan besteed. In de onderbouw wordt spelenderwijs en met behulp van veel verschillende en gevarieerde werkvormen de nadruk gelegd op het ontwikkelen van de lees-, reken- en schrijfvoorwaarden. Deze voorwaarden moeten voldoende ontwikkeld zijn om met succes te leren lezen, rekenen en schrijven in groep 3. Hier wordt de basis van het lezen, rekenen en schrijven gelegd. Het is belangrijk dat de basis voldoende beheerst wordt, alvorens met het voortgezet lezen, rekenen, schrijven te starten. In de midden- en bovenbouw wordt deze basis verbreed en verdiept. In het onderstaand overzicht kunt u zien welke methoden wij op de Hofvilla gebruiken om de kerndoelen voor het basisonderwijs te kunnen behalen.

Leermethodes
VakgebiedMethodeGroep
Nederlandse taalVilla Letterpret, Driestar1 en 2
Nederlandse taalTaalactief4 t/m 8
LezenVeilig Leren Lezen3
LezenKarakter4 t/m 8
LezenDIA tekst6 t/m 8
LezenBlits vaardigheden8
SchrijvenSchrijfdans1 en 2
SchrijvenPennenstreken (nieuw)2 t/m 6
EngelsTake it Easy1 t/m 8
Rekenen en WiskundeFred van de rekenflat, Driestar1 en 2
Rekenen en WiskundeMet Sprongen vooruit1 t/m 8
Rekenen en WiskundeDe Wereld in Getallen1 t/m 8
AardrijkskundeBlink!3 t/m 8
GeschiedenisBlink!3 t/m 8
Natuur en techniekOntdekkisten1 en 2
Natuur en techniekMaterialen techniekcircuit1 t/m 8
Natuur en techniekLessen uit leerlijn techniek1 t/m 8
Natuur en techniekBlink!3 t/m 8
VerkeerWijzer door het verkeer3 en 4
VerkeerOp voeten en fietsen5 en 6
VerkeerJeugdverkeerskrant7 en 8
MuziekMoet je doen Muziek1 t/m 8
Beeldende vormingMoet je doen1 t/m 8
Beeldende vormingHandvaardigheid1 t/m 8
Beeldende vormingTekenen1 t/m 8
Dans en DramaMoet je doen1 t/m 8
Dans en DramaDansdocent1 en 2
Dans en DramaDrama1 t/m 8
BewegingsonderwijsBasisdocument bewegingsonderwijs1 t/m 8

3.6 Voortgang groep 1, 2, 3

De kinderen van groep 2 en de kinderen die voor januari vijf jaar zijn, volgen het programma van groep 2. De leerlingen van groep 1 en de kinderen die echt nog niet toe zijn aan het tweedejaars programma, van wie we merken dat het niet lukt om met het programma van groep 2 mee te doen, volgen het programma van groep 1. Het kan voorkomen dat een kind dat later jarig is ook mee mag doen aan het programma van groep 2. Het gaat hier om kinderen bij wie uit observatie blijkt dat zij een ontwikkelingsvoorsprong hebben en die sociaal-emotioneel voldoende weerbaar zijn. Door middel van observaties, toetsing en indien nodig een leervoorwaardenonderzoek/P.D.O.-onderzoek, proberen we voor iedere leerling de juiste beslissing te nemen of een kind door kan gaan naar groep 3. De beslissing of kinderen doorgaan naar groep 3 of een verlenging in groep 2 krijgen, wordt door de leerkrachten van groep 1-2 en de intern begeleider genomen. Als er twijfel bestaat of een kind wel of niet door moet, wordt dit tijdens een leerlingbespreking in groter verband besproken. Uiterlijk in mei horen ouders of het kind al dan niet doorgaat naar groep 3. Het kan ook zijn dat kinderen die voor oktober jarig zijn een verlenging krijgen in groep 2. Ouders van deze kinderen worden op de hoogte gebracht dat er aan een verlenging in groep 2 gedacht wordt. Ook hier volgt de definitieve beslissing uiterlijk in mei. Ouders worden op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen van hun kind (zie Protocol Overgang van groep 2 naar groep 3 en Protocol Herfstkinderen).

3.7 Wetenschap en techniek

De school participeert in het nationale programma van wetenschap en techniek. Onder wetenschap en techniek verstaan we alles wat de mens heeft ontwikkeld om het leven beter en makkelijker te maken. Het doel is om wetenschap en techniek meer in het onderwijs te integreren en zodoende meer leerlingen te interesseren voor een studie of beroep in de technische sector. Op onze school is een techniekcommissie geformeerd, die dit proces vormgeeft en begeleidt. Onze school wil wetenschap en techniek voor leerlingen zichtbaar maken en hen zelf ervaring laten opdoen. Dit gebeurt in de ateliers waarbij leerlingen zelf een keuze kunnen maken en zodoende ervaring opdoen met bijvoorbeeld programmeren. Dit jaar zullen wij ook meedoen met de Lego-league en zodoende techniek meer intergreren in de lessen en de ateliers. Binnen onze technieklessen worden de leerlingen meer uitgedaagd met het aangeboden materiaal en kunnen zij voortvarend aan de slag gaan. In de bovenbouw staat ook elk jaar een bedrijfsbezoek in het kader van wetenschap en techniek gepland.

3.8 Burgerschapskunde

De wet schrijft ons voor dat wij onze leerlingen kennis en vaardigheden bijbrengen over burgerschap en democratie. Bij burgerschapsvorming staan drie domeinen centraal:

  • Democratie – kennis over de democratische rechtstaat en politieke besluitvorming; democratisch handelen en de maatschappelijke basiswaarden.
  • Participatie – kennis over de basiswaarden en mogelijkheden voor inspraak en vaardigheden en houdingen die nodig zijn om op school en in de samenleving actief mee te kunnen doen.
  • Identiteit – verkennen van de eigen identiteit en die van anderen; voor welke waarden sta ik en hoe maak ik die waar?

In de methode Vreedzame School komt dit bij bijna elke les aan de orde. Daarnaast wordt er vanaf de kleuters gewerkt aan het beeld dat de kinderen over de wereld en zijn bewoners heeft. In de gehanteerde methodes voor geschiedenis en aardrijkskunde in de bovenbouw komt dit onderwerp ook zeer regelmatig aan de orde.

3.9 Engels

Vooral op jonge leeftijd zijn kinderen taalgevoelig, daarom bieden wij Engels aan vanaf groep 1 ‘Take it easy’. Deze methode Engels heeft een doorgaande lijn vanaf groep 1-2. Het voordeel van Take it easy is dat we de Engelstalige activiteiten zo integreren dat het weinig extra lestijd in beslag neemt. We gebruiken het programma namelijk als een ‘digitaal ideeënboek’ waarbij we de thema’s als kleuren, seizoenen, dieren en familie op het moment dat het bij de lessen aansluit kunnen oproepen op het digibord. Native speakers Lisa en Ruben zijn de co-teachers van Take it easy. Met veel enthousiasme kunnen zij de Engelse les via het digibord ondersteunen. Zij brengen met hun perfecte uitspraak de Engelse taal op originele wijze over op de leerlingen.

Het aanbod in groep 1 t/m 4 is concentrisch opgebouwd. In groep 3-4 worden dezelfde thema’s aangeboden als in groep 1-2. Door onderdompeling en herhaling stijgt het taalniveau van de leerling. Groep 5 en 6 krijgen eens in de twee weken Engels, groep 7 en 8 krijgen wekelijks een Engelse les met Take it easy. Ook onze school-bibliotheek is uitgebreid met Engelse boeken. Voor het komende schooljaar gaan we ons oriënteren op een nieuwe methode voor Engels.

3.10 Gebruik van digitale leermiddelen

Chromebooks, iPads, etc. worden dagelijks ingezet bij het onderwijs op onze school. In alle groepen hangt een digitaal schoolbord of touchscreen. In de onderbouw vooral ter ondersteuning van de ontwikkeling van de basisvaardigheden van de leerlingen, bijv. als hulp bij het leren onderscheiden van vormen, kleuren, hoeveelheden, geluiden, etc. Vanaf groep 2 worden de digitale middelen gebruikt voor de training van verschillende vaardigheden op het gebied van rekenen, lezen en taal. De bij de reken-en leesmethode behorende software wordt op de Hofvilla ingezet om de kinderen extra oefeningen te kunnen bieden, die aansluiten bij deze methoden. Daarnaast worden nog vele andere programma’s gebruikt om bijv. de tafels van vermenigvuldiging te automatiseren, te leren klokkijken, topografie te oefenen, etc. Leerlingen worden gestimuleerd om bij het maken van een werkstuk of het voorbereiden van een spreekbeurt de digitale hulpmiddelen te gebruiken. De groepen 4 tot en met 8 werken met Snappet. Iedere leerling heeft dan een eigen tablet of Chromebook en kan zijn eigen programma volgen. Op de Hofvilla hanteren we een protocol, waarin regels voor gebruik van internet en e-mail zijn opgenomen.

Dit protocol wordt in de groepen 6 t/m 8 besproken en daarna ondertekend door de leerlingen. We maken gebruik van een beveiligde internetverbinding, waardoor het voor de leerlingen moeilijker is om verdachte sites te bezoeken.

Informatieverwerking

Op de Hofvilla werken de groepen 1 t/m 8 eens per maand met een boekenkring. De kinderen uit groep 6 maken een werkstuk met een daarbij behorende spreekbeurt. Ook geven de kinderen een duo-presentatie over een aardrijkskunde, geschiedenis of natuur onderwerp. In groep 7 maken de kinderen een werkstuk met een daarbij behorende spreekbeurt met een digitale presentatie ter ondersteuning. Ook geven zij een digitale presentatie over zichzelf. De kinderen in groep 8 maken ook een werkstuk met een daarbij behorende spreekbeurt met een digitale presentatie ter ondersteuning. Zij geven ook een elevator pitch (1 minuut) over een zelfgekozen krantenartikel.

3.11 Expressievakken

De groepen 1-2 hebben één keer in de week bewegingsonderwijs en één keer per week een spelles en krijgen één keer in de week beeldende vorming van de vakleerkracht Marieke Dorgelo. Zij maken gebruik van de methode “Moet je doen” voor drama, muziek, dans en tekenen. Eén keer in de week krijgen de groepen 1 en 2 taal en rekendans van de vakleerkracht Diane Riksen.

De leerkrachten en de kinderen van de groepen 3 tot en met 8 krijgen voor het vak beeldende vorming ondersteuning van onze vakleerkracht Annemieke Krapels op donderdag of vrijdag. Er wordt hier gebruik gemaakt van de methode “Moet je doen” (handvaardigheid).

3.12 Bewegingsonderwijs

Vanaf groep 1 krijgen de leerlingen twee keer per week bewegingsonderwijs van de vakleerkracht Rowdy Janssen. Tijdens de gymlessen dragen de leerlingen een gympakje of korte broek, T-shirt en gymschoenen. Gymschoenen zijn verplicht om 3 redenen: hygiëne, bescherming, en het voorkomen van blessures. Schoenen met zwarte zolen en buitenschoenen zijn niet toegestaan. Wanneer de gymspullen vergeten zijn, kunnen zij een leenbroekje en handdoek gebruiken (indien aanwezig). In gewone kleding kan niet worden deelgenomen aan de gymles. Wanneer de gymspullen regelmatig vergeten worden (meer dan 3x per halfjaar) zullen de ouder(s)/verzorger(s) op de hoogte gesteld worden. Douchen na de gymles is verplicht, we beschikken over nette, nieuwe douches met schone kleedkamers. De vakleerkracht houdt toezicht bij de jongens en de vrouwelijke groepsleerkrachten houden toezicht bij de meisjes. Er bestaat de mogelijkheid om individueel te douchen. Om veiligheidsredenen is het de leerlingen niet toegestaan horloges, sieraden te dragen tijdens de gymnastiekles. Het advies is om deze thuis te laten. In het geval dat de leerlingen wel sieraden e.d. dragen, kunnen zij dit zelf opbergen in de klas of kleedkamer. Als de leerlingen nog sieraden om hebben tijdens de gymles dienen zij dit in een daartoe bestemd bakje te leggen. Oorbellen waar een vinger doorheen kan, moeten ook uit of afgeplakt worden. De (gym)leerkracht houdt geen toezicht op de eigendommen en neemt deze niet in bewaring. De school/(gymnastiek)leerkracht is niet aansprakelijk in het geval van verlies, diefstal of beschadiging van de persoonlijke eigendommen van leerlingen.

Gymrooster
MaaDinWoeDonVrij
08.30 - 09.1574A5A7
09.15 - 10.004B5C3B5B4A
10.15 - 11.0085A-5C6A
10.30 - 11.15--3C--
11.00 - 11.4586C-6B6C
11.15 - 12.00--3A--
12.30 - 13.154C5B-4B4C
13.15 - 14.0076B-87
14.00 - 14.4576A-87

3.13 Onderwijs op maat

Op het ogenblik worden de kinderen op de basisscholen in Nederland minder snel verwezen naar een school voor speciaal onderwijs. Elke school probeert ervoor te zorgen dat het onderwijs dat gegeven wordt, past bij de behoefte van ieder individueel kind. Dat is ook de bedoeling van de overheidsmaatregel Passend onderwijs. Er is de laatste jaren hard gewerkt aan de vergroting van de deskundigheid op alle basisscholen in de opvang van kinderen met leer- en gedragsproblemen. De basisschool en het speciaal basisonderwijs werken veel samen. Zolang het enigszins kan, gaan alle kinderen samen naar de basisschool.

Vanuit het algemene uitgangspunt over ‘zorg’ hebben wij als team op onze school als basisregel: We zien de zorg voor kinderen met problemen als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Op dit gegeven is onze interne zorgstructuur gebaseerd. Bij ons onderwijskundig en opvoedkundig handelen gaan we ervan uit dat elk kind positieve kenmerken heeft en dat elk kind met zorg wordt omgeven. Speciale kinderen hebben recht op onze speciale zorg en aanpak, zonder dat daarbij de belangen van andere kinderen uit het oog worden verloren.

Zorgverbreding de Hofvilla

In de hierna beschreven stappen, leggen we uit wat de Zorgverbreding op Basisschool de Hofvilla inhoudt.

Het leerlingendossier

Van iedere leerling is een digitaal leerlingendossier aanwezig in ParnasSys. Dit bestaat uit: naam, adres, opvangadres, medische gegevens, rapporten, observatie- en toetsgegevens. Als er een nader onderzoek is afgenomen bij een leerling of als er afspraken zijn gemaakt over aanvullende hulp, dan zijn deze gegevens ook terug te vinden in het leerlingendossier.

Recht op inzage

De ouders hebben recht op inzage. Ouders kunnen inloggen in het Ouderportal van ParnasSys om bepaalde gegevens van hun kind in te zien. Op het moment dat uw kind bij ons naar school gaat, krijgt u een wachtwoord toegestuurd. Met behulp van dit wachtwoord kunt u de gegevens van uw kind inzien.

Het leerlingvolgsysteem

De ontwikkeling van de kinderen wordt gevolgd via observaties en toetsen. De resultaten hiervan worden op groepsoverzichten vastgelegd en bewaard. Zo is het mogelijk de ontwikkeling van uw kind gedurende 8 jaar te volgen. Dit noemen wij ons leerlingvolgsysteem. Bij de leerlingen van groep 2 en de leerlingen die naar groep 2 gaan, wordt alleen bij twijfel via toetsen gekeken naar de voorbereidende rekenontwikkeling en naar de ontwikkeling van de leesvoorwaarden. Door middel van de leerlijnen van Driestar krijgen wij een overzicht van de ontwikkelingslijn van uw kind. In groep 3 en hoger worden er toetsen afgenomen op lees-, reken- en taalgebied en observeren we de kinderen twee keer per jaar met behulp van ‘Zien’. Dit is een middel om de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen te volgen. Helma Voskuil, Marianne Duindam, Manon van Geest en Mariska Ruigrok zijn onze gedragsdeskundigen. Zij werken de gegevens verder uit en begeleiden de leerkrachten en kinderen op dit gebied.

Speciale hulp binnen de klas

Na de afname van de toetsen en observaties worden de resultaten met de intern begeleider besproken. De intern begeleider adviseert de leerkrachten bij het geven van extra hulp binnen de klas. Er worden afspraken gemaakt over de extra hulp die de leerlingen binnen de groep krijgen. De gemaakte afspraken worden vastgelegd in een groepsplan en geëvalueerd. Zo wordt er bijv. voor kinderen die moeite hebben met lezen intensief gebruik gemaakt van de computer met speciale leesprogramma’s, zoals Bouw! Bepaalde leerlingen krijgen tijdens de les wat langer (aangepaste) instructie. Leerlingen die deze hulp van de leerkracht op dat moment niet nodig hebben, krijgen werk op hun eigen niveau aangeboden. Zij gaan zelfstandig aan het werk. Zo zal het regelmatig voorkomen dat niet ieder kind in de klas hetzelfde werk doet. Er zijn criteria opgesteld die als leidraad dienen voor het geven van speciale hulp binnen en buiten de klas. Bij leerlingen met ernstige lees- en spellingsproblemen volgt de leerkracht het protocol dyslexie. Dit protocol is in te zien bij de directie.

Speciale hulp buiten de klas

Het kan voorkomen dat uw kind in aanmerking komt voor extra intensieve begeleiding. U wordt door de groepsleerkracht hiervan op de hoogte gesteld. De hulp is vooral gericht op de basisvaardigheden in de groepen 1 t/m 5. In de orthotheek staan alle materialen die speciaal ontwikkeld zijn voor kinderen met leer- of gedragsmoeilijkheden. Kinderen die extra uitdaging nodig hebben krijgen dit aangeboden in de “Talentklas”. Kinderen komen o.a. hiervoor in aanmerking bij het behalen van A+ scores op het gebied van rekenen en begrijpend lezen of bij het vaststellen van “hoogbegaafdheid” door een orthopedagoog na onderzoek. Het protocol hoogbegaafden is in te zien bij de directie.

Nader diagnostisch onderzoek

Na het opmerken van een stagnerende ontwikkeling volgt in een aantal gevallen het diagnosticeren, het onderzoek doen naar oorzaken. Voor wij zo’n onderzoek doen, wordt er altijd om toestemming van de ouders gevraagd. Onze intern begeleiders Ilse Lamers en Lisette Kuijpers-Gardien, doen onderzoek en nemen aparte toetsen af om de hiaten in de ontwikkeling in kaart te kunnen brengen. Ze observeren in de groep ook de werkhouding, de concentratie, de zelfstandigheid, de gespannenheid, enz.

Hulp van buiten de school

We hebben veel kennis in huis, maar soms is er extra hulp nodig. De school bepaalt voor welke leerlingen we deze hulp inschakelen. Regelmatig hebben we contact met de orthopedagoog en psycholoog, vooral als het gaat over complexe problemen op leer- of gedragsgebied. Extra hulp krijgen we ook van bv. de schoolarts of de logopediste, die op geregelde tijden de kinderen tijdens hun schoolloopbaan bekijken en met ons bespreken. We kunnen ook mensen uit het speciaal basisonderwijs benaderen voor begeleiding of consultaties.

Bovenschoolse voorzieningen

De school kan ook, als laatste stap en nadat u daarvoor toestemming heeft gegeven, een beroep doen op de zogenoemde ‘bovenschoolse voorzieningen’ in het Samenwerkingsverband Westland. Daarnaast heeft de school mogelijkheden om zelf zorg in te kopen. Uw kind kan met uw goedkeuring geplaatst worden op een speciale school voor basisonderwijs (S.B.O.-school).

3.14 Passend onderwijs

Sinds 1 augustus 2014 is de wet Passend Onderwijs van kracht. Het doel van de Wet passend onderwijs is dat alle kinderen een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Ook als zij extra ondersteuning nodig hebben.

Zorgplicht

In de Wet is ook zorgplicht vastgelegd. Waar voorheen ouder(s)/verzorger(s) zelf op zoek dienden te gaan naar een passende onderwijsplek voor hun kind, ligt deze verantwoordelijkheid nu bij de onderwijsbesturen. Dit betekent dat de school ervoor zorgt dat ieder kind dat onderwijs volgt, of zich bij het onderwijs aanmeldt, een passende onderwijsplek krijgt binnen het samenwerkingsverband. In het Westland is dit het ‘Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Westland’ (SPOW), https://spow.nl/

Hoe en wanneer kunt u uw kind aanmelden op een school?

Ouders vragen zich soms af vanaf welke leeftijd zij hun kind kunnen aanmelden op een school. Iedere school kent haar eigen aanmeldingsprocedure. Maar voor alle scholen gelden de volgende algemene (wettelijke) regels:

  • Voordat een kind 3 jaar is, kunnen ouders een vooraanmelding doen bij de school.
  • Aanmelden van een kind kan vanaf 3 jaar en gebeurt schriftelijk.

Informatie voor de school

Toelatingsbeleid 4-jarige leerlingen in Wateringen en Kwintsheul (gemeente Westland). Als scholen vallende onder de besturen WSKO, PCPOW en SOOW willen we er allereerst voor zorgdragen dat kinderen, woonachtig in Wateringen, Kwintsheul en het Westland een onderwijsplek op de scholen binnen de eigen dorpskern geboden kan worden. Hiertoe is een gezamenlijk toelatingsbeleid opgesteld met een volgorde van aanmelden. De kinderen uit Wateringen en Kwintsheul en kinderen uit andere dorpskernen binnen Het Westland krijgen voorrang. Onze scholen bieden daarnaast ook plaats aan kinderen die woonachtig zijn buiten de genoemde gebieden. Deze leerlingen worden echter alleen geplaatst als er nog onderwijsplekken beschikbaar zijn op de scholen na plaatsing van de kinderen uit de eigen dorpskernen en gemeente. Met dit plaatsingsbeleid streven we ook na dat de onderwijsvoorzieningen (de schoolgebouwen) effectiever gebruikt worden en leegstand en overvolle bezetting daar waar nodig voorkomen kunnen worden.

Wettelijk kader

De Grondwet, de Leerplichtwet en de Wet op het Primair Onderwijs bevatten geen recht tot toelating tot een school. De Wet op het primair onderwijs geeft het bevoegd gezag van een school het recht over toelating te beslissen. Scholen mogen een leerling dan ook om een heel scala van redenen afwijzen, waaronder bijvoorbeeld plaatsgebrek, schoolwijkenbeleid, evenwichtige spreiding van leerlingen en een gebrek aan onderwijscapaciteit en kwaliteit. Bij het aannemen van leerlingen is Passend onderwijs eveneens van kracht.

Toelatingsbeleid

Bij toewijzen van eventuele onderwijsplaatsen maken de scholen in Wateringen en Kwintsheul gebruik van een aantal voorrangscriteria en ringen (woongebieden). Daarnaast is bij toelating tot de scholen de wet Passend onderwijs van kracht. Van ouders/verzorgers mag gevraagd worden de identiteit en onderwijskundige visie van de school te onderschrijven, alvorens aan te kunnen melden op de school van keuze (WPO art. 40). Voor alle scholen geldt op basis van bovenstaande kaders een volgorde van toelating.

  • Kinderen met oudere broertjes/zusjes op school krijgen voorrang bij plaatsing op de scholen.
  • Kinderen woonachtig in Wateringen, Kwintsheul en de andere dorpskernen vallende onder de gemeente Westland (ring 1). Binnen deze ring vallen ook de kinderen die in de toekomst (aantoonbaar) binnen de gemeente Westland gaan wonen. Op volgorde van aanmelding
  • Kinderen uit de postcodegebieden 2548, 2544, 2285, 2286, dat zijn de wijken: Wateringse Veld, De Uithof, De Strijp, Presidentenbuurt, Hoekpolder, Midden-Delfland (ring twee). Op volgorde van aanmelding
  • Kinderen woonachtig buiten ring 1 en ring 2 (ring 3). Op volgorde van aanmelding.

De ringen

  • Ring 1: Wateringen, Kwintsheul en Westland
  • Ring 2: Wateringse Veld, de nieuwbouwwijk De Uithof, De Strijp, Presidentenbuurt, Hoekpolder, Midden-Delfland, Zweth-Noord.
  • Ring 3: Gebieden buiten Ring 1 en 2

Doelgroep

Dit beleid gaat over 4-jarigen en niet over de zij-instroom van oudere leerlingen. Bij de zij-instroom van oudere leerlingen spelen andere factoren een rol. De toelaatbaarheid wordt niet alleen bepaald door het aantal leerlingen in de groep, maar ook door andere factoren binnen Passend Onderwijs en het ondersteuningsprofiel, zoals: de ondersteuningsbehoefte van het kind, de groepszwaarte zoals het aantal leerlingen met extra zorg en de samenstelling van de groep. Of de leerling uit het schoolkeuzegebied afkomstig is, speelt in eerste instantie dan geen rol. Het kind neemt geen plaats voor kinderen uit het eigen schoolkeuzegebied in. Alvorens een kind geplaatst kan worden zal middels een toestemmingsformulier toestemming gevraagd worden aan ouder/verzorger om informatie op te vragen bij de vorige school en de eventuele nieuwe leerling zal een aantal dagen proefdraaien. Daarna zal de beslissing genomen worden of het kind geplaatst zal worden.

Besluitvorming/tijdpad

Vanaf de derde verjaardag van het kind wordt aangegeven of het kind in aanmerking komt voor een aanmelding op de scholen. Het is dan ook van belang dat een kind op tijd, in het jaar dat een kind drie jaar wordt, is aangemeld bij een school naar keuze. Dit zijn de stappen:

  • Stap 1. De ouders kunnen hun kind aanmelden op de school d.m.v. een aanmeldingsformulier
  • Stap 2. Dit kan bij meerdere scholen. Bij aanmelding op meerdere scholen zijn ouders verplicht dit te melden aan de desbetreffende scholen (Wet Primair Onderwijs, artikel 40).
  • Stap 3. Na de derde verjaardag en uiterlijk een half jaar voordat het kind vier jaar is, wordt bij ouders aangegeven of het kind daadwerkelijk geplaatst kan worden.
  • Stap 4. Als is aangegeven dat een kind geplaatst kan worden, start de definitieve inschrijfprocedure (invullen intrede lijst, afspraak maken voor kennismakingsgesprek en plannen wenmomenten)
  • Stap 5. Als er geen plaats beschikbaar is, dan worden de ouders doorverwezen naar een van de andere scholen binnen Wateringen en Kwintsheul.

Specifieke ondersteuningsbehoeften

Gaat uw kind binnenkort naar het basisonderwijs en zijn er twijfels of uw kind het (reguliere) basisonderwijs kan volgen? Heeft uw kind bepaalde ondersteuning nodig en twijfelt u of een reguliere school uw kind kan bieden wat het nodig heeft? Dan kan ‘Sterk op School’ u adviseren over de basisschoolkeuze voor uw kind. Ook bekijkt Sterk op School of uw kind ondersteuning op school nodig heeft om een goede start te maken. Sterk op School is een project van SPOW en het Sociaal Kernteam Westland (SKT) en verbindt ouders, kinderopvang, peuterspeelzalen en basisscholen in Westland met de ondersteuningsadviseurs van SPOW en de zorgregisseurs van het SKT. Iedereen bekijkt vanuit de eigen deskundigheid hoe uw kind het beste ondersteund kan worden in het onderwijs. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de website www.sterkopschool.nl of kunt u mailen naar info@sterkopschool.nl.

Aanmelden op een school

In de wet passend onderwijs is opgenomen dat ouders hun kind schriftelijk bij de school van voorkeur aanmelden. De schriftelijke aanmelding betekent in de praktijk dat ouders een aanmeldformulier van de school invullen en ondertekenen. Dit moet minimaal 10 weken voordat het kind 4 jaar wordt. Bij het zoeken naar een nieuwe of een andere school is het belangrijk dat de ouders aan de school alle informatie geven over hun kind. Zo kunnen de ouders met de school de eventuele extra onderwijsbehoeften van het kind bepalen en samen optrekken in het vinden van een passende school. Door in openheid informatie met elkaar te delen, is de kans het grootst dat een school gevonden wordt die aansluit bij de onderwijsbehoeften van de leerling en de wensen van de ouders. Ook geven ouders aan op welke andere school/scholen zij hun kind eventueel hebben aangemeld. De school/het bestuur waar de leerling als eerste is aangemeld, heeft zorgplicht. Voordat de school overgaat tot de toelating van een leerling met extra ondersteuningsbehoefte dient een zorgvuldige afweging plaats te vinden tussen wat de leerling nodig heeft om te kunnen ontwikkelen en wat de school kan bieden. De school kent haar mogelijkheden maar ook haar onmogelijkheden in het begeleiden van kinderen. Bij verhuizingen of wisselen van school binnen de stad gelden dezelfde regels. Ouders melden hun kind aan op de school van hun voorkeur. Deze school bekijkt of ze uw kind een passende plek kan bieden. Kan de school uw kind niet toelaten, dan meldt ze dit bij de school waar het kind nu is ingeschreven. De zorgplicht blijft bij de school waar uw kind nu is ingeschreven.

Schoolondersteuningsprofiel

Met de invoering van passend onderwijs in 2014 is het een wettelijke verplichting voor scholen om een schoolondersteuningsprofiel op te stellen, conform de inhoudelijke eisen die de onderwijsinspectie stelt. Het samenwerkingsverband maakt hiervoor gebruik van het online Schoolondersteuningsprofiel van ‘Perspectief op School’.

Dit schoolondersteuningsprofiel wordt jaarlijks herzien, waardoor de school en het Samenwerkingsverband over een actueel overzicht beschikken van onderwijskundige informatie in relatie tot passend onderwijs. Voor ouders van kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, kan het schoolondersteuningsprofiel behulpzaam zijn bij de schoolkeuze. Door te kijken welke school bepaalde ondersteuning biedt, is sneller duidelijk of de school wel of niet past. ‘Perspectief op School’ geeft naast inzicht in de ondersteuning die de school een leerling kan bieden ook de (behaalde) ambities van de school weer. Een en ander is vastgelegd in een schoolrapportage. Voor ouders is er een beknopte ouderrapportage beschikbaar. Deze ouderrapportage kunt u vinden op de website van de school.

Informatie verzamelen

  • Schriftelijk informatie opvragen bij ouders/verzorgers en relevante instellingen.
  • De school neemt een beslissing over de toelating binnen 6 weken. Deze termijn kan eventueel verlengd worden met nog eens 4 weken. De wettelijke termijn om een passende plek voor een leerling te vinden, gaat in vanaf het moment dat de school de aanmelding heeft ontvangen. Dat is op de datum dat de ouders het aanmeldingsformulier hebben ingeleverd op school. De school kan dit bijvoorbeeld in een ontvangstbevestiging aangeven;
  • Op grond van de informatie maakt de school een afweging wel of niet plaatsen.

Afweging

Om een goede afweging te maken kan een deskundige geconsulteerd worden of vindt een bespreking in het School Ondersteunings Team (SOT) plaats. Er wordt onderzocht wat de leerling, de leerkracht en de ouders nodig hebben het kind een passend aanbod te geven. Voor bespreking in het SOT wordt een groeidocument gemaakt. Ook kan het voorkomen dat de school nog geen beslissing over plaatsing kan nemen en vindt dat onderzoek noodzakelijk is om de vragen die de school nog heeft te beantwoorden. Dit bespreekt de school met de ouders in het SOT.

Termijn

Als de periode van 6 weken na aanmelding door ouders is verstreken, krijgen ouders een brief waarin vermeld wordt dat de termijn met 4 weken wordt verlengd en de reden daarvoor. Mocht de school na 10 weken nog niet tot een besluit tot plaatsing zijn gekomen dan schrijft de school het kind tijdelijk in.

Besluitvorming

Op basis van de informatie en de eventuele onderzoeken wordt een besluit over toelating genomen. Dit besluit wordt in het SOT genomen. Bij dit overleg zijn verschillende disciplines aanwezig: de intern begeleider van de school, de leerkracht, de orthopedagoog, etc.

  • Mogelijkheid 1: plaatsing is toch haalbaar zonder extra ondersteuning (school schrijft in)
  • Mogelijkheid 2: plaatsing is haalbaar met extra ondersteuning. De school zet extra ondersteuning in.
  • Mogelijkheid 3: plaatsing is niet haalbaar.

Bij alle genoemde mogelijkheden worden ouders betrokken.

Vervolg bij niet plaatsen

Wanneer een kind niet kan worden aangenomen op de school die de eerste voorkeur heeft van de ouders, worden zij schriftelijk op de hoogte gesteld van deze afwijzing, voorzien van argumentatie. Wanneer ouders het niet eens zijn met deze beslissing, zal er overleg plaatsvinden tussen hen en de school. De school kan in zo’n situatie (in samenwerking met de ondersteuningsadviseur van het samenwerkingsverband) een zogenaamde plaatsingstafel binnen de dorpskern organiseren. Hierbij worden ook andere scholen betrokken om te onderzoeken of daar een plek is voor het kind en wel in de ondersteuningsbehoeften kan worden voorzien. Als blijkt dat het regulier onderwijs geen passende plek kan bieden, dan kan de school samen met de ondersteuningsadviseur van het samenwerkingsverband kijken naar een plaatsing op het speciaal (basis) onderwijs. Als het gaat om een (tijdelijke) plaatsing binnen een speciale school voor basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs, dan vraagt het bevoegd gezag van de school een toelaatbaarheidsverklaring aan (TLV). Wanneer ouders akkoord gaan met de andere school, zullen zij hun kind daar inschrijven. Pas dan gaat de zorgplicht over naar de nieuwe school. Wanneer ouders niet akkoord gaan met de andere school, kunnen zij bezwaar aantekenen bij het bevoegd gezag (bestuur) van de (eerste) school of de geschillencommissie om een oordeel vragen.

Wanneer geldt de zorgplicht niet?

De zorgplicht geldt niet als de school of de groep waar het kind wordt aangemeld vol is. Voorwaarde is dat de school een duidelijk en consistent aannamebeleid heeft en in haar schoolondersteuningsprofiel aangeeft wanneer de school daadwerkelijk vol is. In deze gevallen verdient het de voorkeur als de school bij haar schoolbestuur en/of bij het samenwerkingsverband meldt dat zij geen onderwijsplek aan een kind kan bieden en dat er – zo nodig – toch ondersteuning aan ouders geboden wordt om een passende onderwijsplek voor hun kind te vinden. Ook geldt de zorgplicht niet wanneer ouders de grondslag van de school weigeren te onderschrijven. Het gaat hier niet alleen om de religieuze grondslag of levensbeschouwelijke identiteit van de school, maar ook om de onderwijskundige grondslag. Tenslotte is de zorgplicht niet van toepassing bij aanmelding voor cluster 1 (visuele beperkingen) en cluster 2 instellingen (gehoor-en communicatieve beperkingen). Deze instellingen maken geen deel uit van het samenwerkingsverband passend onderwijs en hebben een eigen toelatingsprocedure.

Wat als uw kind al op een school zit en er ontstaat zorg?

Indien de school van uw kind zich zorgen maakt over de ontwikkeling van uw kind, kan de school uw kind bespreken in het SOT. Bij het schoolondersteuningsteam zijn naast de ouders meestal de intern begeleider van school, de leerkracht, de ondersteuningsadviseur van het samenwerkingsverband en een vertegenwoordiger van het wijkteam aanwezig. Voor meer informatie over het samenwerkingsverband, verwijzen wij u naar de website: www.spow.nl “voor ouders”.

Dorpskernoverleg

Wanneer een kind niet kan worden aangenomen op de school die de eerste voorkeur heeft van de ouders, worden zij schriftelijk op de hoogte gesteld van deze afwijzing voorzien van de argumentatie. Wanneer ouders het niet eens zijn met deze beslissing, zal er overleg plaatsvinden tussen hen en de school. De school kan in zo’n situatie (in samenwerking met de ondersteuningsadviseur van het samenwerkingsverband) een zogenaamde plaatsingstafel binnen de dorpskern organiseren. Hierdoor wordt aan de andere scholen in dezelfde dorpskern gevraagd of zij niet alleen plaats maar ook het onderwijsaanbod hebben dat aansluit bij de onderwijsbehoeften van het kind. Als blijkt dat het regulier onderwijs geen passende plek kan bieden dan kan de school samen met de ondersteuningsadviseur van het Samenwerkingsverband kijken naar een plaatsing op het speciaal (basis) onderwijs. Als het gaat om een (tijdelijke) plaatsing binnen een speciale school voor basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs, dan vraagt het bevoegd gezag van de school een toelaatbaarheidsverklaring aan (TLV). Wanneer de ouders akkoord gaan met de andere school, schrijven zij hun kind daar in. Pas dan gaat de zorgplicht over naar de nieuwe school. Wanneer ouders niet akkoord gaan met de andere school, kunnen zij bezwaar aantekenen bij het bevoegd gezag (bestuur) van de (eerste) school of de geschillencommissie om een oordeel vragen. De wettelijke termijn om een passende plek voor een leerling te vinden, gaat in vanaf het moment dat de school de aanmelding heeft ontvangen. Dat is op de datum dat de ouders het aanmeldingsformulier hebben ingeleverd op school. De school kan dit bijvoorbeeld in een ontvangstbevestiging aangeven. Vervolgens heeft de school 6 weken de tijd om een passende plek te vinden. Eventueel kan deze termijn met 4 weken worden verlengd.

3.15 Externe zorginstanties

Een gezonde basis voor elk kind

JGZ verzorgt de preventieve jeugdgezondheidszorg voor kinderen van 0 tot 18 jaar. Ons werk is erop gericht om tijdig eventuele gezondheidsproblemen op te sporen. Tot de leeftijd van vier jaar komen kinderen op het consultatiebureau. Daarna vinden de onderzoeken plaats in samenwerking met school. We checken de gezondheid en groei en bieden ouders steun bij de alledaagse zorg voor hun kinderen. U krijgt altijd vooraf informatie over een onderzoek.

Gezondheidsonderzoek groep 2

In groep 2 worden kinderen uitgenodigd voor een gezondheidsonderzoek. Er wordt een ogentest en een gehooronderzoek gedaan. De jeugdarts voert een lichamelijk onderzoek uit en er is gelegenheid voor het bespreken van vragen of zorgen over de gezondheid en opvoeding.

Spraak-taalonderzoek

Bij peuters is er aandacht voor een goede spraak- en taalontwikkeling. De logopedist van JGZ voert een onderzoek uit bij vijfjarigen, om te achterhalen of een kind problemen heeft met spreken, luisteren, taal, stem of mondgedrag. Dit onderzoek wordt niet bij elk kind gedaan. Alleen als ouders of de leerkracht aangeven dat er vragen of zorgen zijn over de taal- en spraakontwikkeling.

Gezondheidsonderzoek groep 7

In groep 7 geeft de jeugdverpleegkundige een gezondheidsles in de klas. De les gaat onder meer over puberteit, pesten en leefstijl. Daarna voert de jeugdverpleegkundige met ieder kind een gesprek: hoe gaat het op school, thuis, met vrienden en de gezondheid? Zijn er bijzonderheden, dan wordt contact met u opgenomen.

Vaccinatie

Kinderen van 4 en 9 jaar krijgen een oproep voor een vaccinatie. Deze herhalingsvaccinaties zorgen voor een goede, langdurende bescherming tegen een flink aantal infectieziekten. Meisjes van 12 jaar krijgen een oproep voor de HPV-vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. Wetten en regels In Nederland hebben alle kinderen tot 18 jaar recht op jeugdgezondheidszorg. Wij voeren een wettelijke taak uit, waarbij het belang van ieder kind voorop staat. Meer informatie over onze zorg en werkwijze kunt u lezen op onze website: www.jgzzhw.nl/onze werkwijze.

Ondersteuning ouders

Opgroeien en opvoeden gaat gelukkig meestal goed en zonder problemen. Toch gaat het niet altijd vanzelf. Alle ouders hebben wel eens vragen over de ontwikkeling en opvoeding van hun kinderen. JGZ ondersteunt ouders bij hun alledaagse zorg. De diensten van JGZ zijn gratis, met uitzondering van sommige cursussen en themabijeenkomsten. Heeft u vragen of zorgen over de gezondheid of de ontwikkeling van uw kind? Neem dan contact met ons op.

Contact

Jeugdgezondheidszorg Zuid-Holland West

Telefoon: 088 – 054 99 99 (ma t/m vrij van 08.30 tot 17.00 uur, lokaal tarief) info@jgzzhw.nl / www.jgzzhw.nl

Contactgegevens GGD Zuid-Holland West: www.ggdzhw.nl

Schoolmaatschappelijk Werk

De Hofvilla is een basisschool die schoolmaatschappelijk werk aanbiedt. Het schoolmaatschappelijk werk sluit aan bij het zorgbeleid binnen de school. De schoolmaatschappelijk werkster heeft overleg met de intern begeleider (Ilse Lamers) van de school en heeft één keer per maand spreekuur op de Hofvilla (zie jaarplanning).

Het kan zijn dat de school zich zorgen maakt om uw kind, ook kunt u als ouder zich zorgen maken om uw kind. Uw vraag of zorgen over uw kind kunt u met de intern begeleider bespreken. De intern begeleider zal dan kijken of de schoolmaatschappelijk werker de ouder of de school bij deze zorgen kan helpen. Aan wat voor een vragen of zorgen kunt u denken?

  • Mijn kind wil niet goed eten, wat kan ik daar aan doen?
  • Mijn kind is zo druk, hoe kan ik daarmee omgaan?
  • Op school is mijn kind zo druk en kan het zich slecht concentreren, wat kan ik als ouder doen om mijn kind te helpen?
  • Mijn kind wordt gepest op school, hoe kan ik mijn kind helpen?
  • Mijn kind heeft moeite met de scheiding van zijn ouders, hoe kan ik mijn kind hierbij het beste begeleiden?

Dit zijn zo maar een aantal voorbeelden. Heeft u nog vragen, dan kunt u contact opnemen met de intern begeleider van school.

3.16 Plaatsing van kinderen met een handicap op school

Al vele jaren biedt onze school mede plaats aan leerlingen met een handicap. Deze leerlingen vinden hun weg in het reguliere onderwijs mede dankzij goed overleg tussen ouders en school. Onze school vraagt en krijgt hulp van leerkrachten van scholen van speciaal onderwijs (ambulante begeleiding). Gehandicapte kinderen kunnen na goed overleg tussen ouders en school bij ons op school geplaatst worden. Het beleid omtrent plaatsing van gehandicapte kinderen bij scholen van de WSKO is omschreven in een stappenplan.

3.17 Opvang van nieuwe kinderen op school

Twee maanden voordat uw kind 4 jaar wordt, nodigt de leerkracht waar het kind bij in de groep komt, de ouders uit voor een kennismakingsgesprek op school. Via de e-mail hebben deze ouders al een intredenlijst ontvangen en teruggestuurd naar de school. Het inschrijfformulier (op school aanwezig), de intredelijst en het VVE-formulier worden besproken. U krijgt een informatieboekje over groep 1-2. Er wordt een welkomst-kaart verstuurd met daarop de eerste wen-datum (maximaal 5 dagdelen om te wennen). Nieuwe leerlingen afkomstig van een andere basisschool worden via de directeur aangemeld. De directeur heeft een gesprek met de ouders. Zij maken afspraken over een wen-ochtend, delen leerlinggegevens en de contacten met de vorige school. Daarna wordt besloten of de leerling wel of niet geplaatst zal worden.

3.18 Afspraken over groep 1-2

  • De kleuters komen binnen via de ingang van hun lokaal.
  • De deur gaat ‘s morgens open om 08.15 uur.
  • Ouders verlaten om 08.30 uur het plein, zodat de leerkrachten en de leerlingen aan hun programma kunnen beginnen.
  • Alle kleuters krijgen een tas van school voor hun gymspullen: gympak, korte broek, shirt, gymschoenen (het liefst zonder veters). Wilt u zo vriendelijk zijn de gymspullen van uw kind met zijn/haar naam te voorzien?
  • Voor elke vakantie gaan de gymspullen mee naar huis om gewassen te worden.
  • De kleuters hebben twee keer per week bewegingsonderwijs: misschien kunt u ze op die dagen wat gemakkelijke kleding aantrekken.
  • Een aantal keren per jaar is er een speelgoed- of spelletjesmiddag.
  • Tijdens de speelgoedmiddag mogen de kinderen hun eigen speelgoed (graag voorzien van naam) meenemen om mee te spelen.
  • Tijdens de spelletjesmiddag doen de kinderen onder leiding van ouders en/of groep 7 en 8 gezelschapsspelletjes. De spelletjes mogen zij van huis meenemen. De leerkrachten van groep 1- 2 geven aan wanneer het speelgoedmiddag/spelletjesmiddag is.
  • Bij ziekte of andere afwezigheid van uw kind horen wij graag iets van u via de telefoon of een briefje, dat u meegeeft aan een ander kind. Deze communicatie verloopt via onze Parro-app.
  • De kinderen mogen ’s morgens een tasje met eten en drinken (gezond) meenemen, voor de lunch tussen de middag en voor en hapje tussendoor in de kleine pauze.

3.19 Overdracht kindercentra naar basisschool

Veel kinderen bezoeken de peuterspeelzaal of een kinderdagverblijf voordat zij naar de basisschool gaan. De kinderen krijgen een educatief programma aangeboden en doen daar veel ervaring op met gevarieerd materiaal. De leidsters observeren de kinderen tijdens de verschillende activiteiten. De gegevens die zij hieruit verkrijgen zijn voor de school van belang om een goede, evenwichtige groepsindeling te maken. Deze gegevens worden via een overdrachtsformulier doorgegeven aan school. De peuterspeelzalen en kinderdagverblijven zorgen samen met de scholen voor deze overdracht. Indien de school nog meer informatie nodig heeft, verwachten wij medewerking van de ouders. Wanneer ouders hiertoe niet bereid zijn, kan de school van plaatsing van het kind afzien. Mocht het zo zijn dat na plaatsing toch blijkt dat het voor een kind of voor de groep wenselijk is om een kind in een andere groep te plaatsen dan kan de school in overleg met ouders hiertoe besluiten.

Uitstroompercentages middelbaar onderwijs

VWO 21%
HAVO/VWO 12%
HAVO 15%
TL/HAVO 15%
TL 4%
KADER/TL 23%
KADER 8%
BASIS 2%

3.20 Overgang basisonderwijs-voortgezet onderwijs

De leerkrachten van groep 7 geven in januari een voorlopig advies voor het voortgezet onderwijs. Dit advies is gebaseerd op de gegevens uit het leerling volgsysteem, jaarlijkse toetsen en het persoonlijk dossier van uw kind. Na het ontvangen van het voorlopig advies is het raadzaam om scholen voor VO te gaan bezoeken. De open dagen vinden meestal plaats in januari en februari. In groep 8 krijgen de kinderen het definitieve schooladvies in februari schriftelijk mee. De DIA-eindtoets volgt in april. Ons schooladvies staat los van de DIA uitslag. Voor het aanmelden bij een school voor VO heeft u beide gegevens nodig. In september geven de leerkrachten van groep 8 een informatieavond over het schooladvies en het VO.

3.21 Opbrengsten van ons onderwijs

Na iedere toetsperiode worden de opbrengsten (resultaten) van deze toetsen door de intern begeleider in kaart gebracht en besproken met het managementteam. Tijdens teamvergaderingen worden de leerkrachten op de hoogte gebracht betreffende de opbrengsten en de te behalen doelen voor het komend schooljaar. In het opbrengstenkatern van afgelopen schooljaar is gebleken dat wij, gewogen, net op het landelijk gemiddelde scoren. Wel heeft iedere leerling netjes zijn, of haar niveau behaald.

3.22 Rapportage naar ouders

De kinderen van groep 1 t/m 8 krijgen twee keer per jaar een portfolio mee naar huis: in februari en in juli. Twee keer per jaar vinden er kind-ontwikkelgesprekken plaats in de maanden november en februari. U krijgt een uitnodiging om over de ontwikkeling van uw kind te praten. Voorafgaand aan dit gesprek kunt u het Ouderportaal van ParnasSys openen om de resultaten van uw kind(eren) te bekijken. We zijn hierover in gesprek, dus hier kunnen nog wijzigingen in plaatsvinden.

3.23 Huiswerk

Op onze school krijgen de leerlingen huiswerk mee vanaf groep 6. In de lagere groepen gebeurt dit incidenteel en in overleg met de ouders. Vanaf groep 6 bestaat het huiswerk uit leerwerk. Naarmate het kind in een hogere groep komt, krijgt het meerdere keren huiswerk per week. Het huiswerk is een extra oefening voor de leerlingen én een gewenning aan het huiswerk wat ze op het voortgezet onderwijs zullen gaan krijgen. Leerlingen leren hun huiswerk te plannen.

3.24 Buitenschoolse activiteiten

  • Bibliotheekbezoek
  • Bezoek kinderspeeltuin de Waterster
  • Toernooien
  • Museumbezoek
  • Bedrijfsbezoeken
  • Schoolreisje
  • Voorstellingen (Kunstmenu)
  • Prinsenbos
  • Bezoek scholen voortgezet onderwijs

Wij zijn aangesloten bij het WNTWeb (Westland natuur & techniek web). Per schooljaar organiseren zij diverse activiteiten waar de kinderen zowel binnen als buiten de school aan deel kunnen nemen.

3.25 Protocol medcijnverstrekking en medisch handelen

1. Een kind wordt ziek op school

Een kind komt ’s ochtend gezond op school en krijgt tijdens de schooluren last van hoofd-, buik- of oorpijn of wordt door bijvoorbeeld een insect gestoken. Uitgangspunt is dat een ziek kind naar huis moet. De leerkracht neemt contact op met de ouders en overlegt met hen wat er moet gebeuren. Ook al lijkt het kind met een eenvoudig middel te helpen wordt van een leerkracht hierbij uiterste terughoudendheid verwacht. De leerkracht neemt contact op met de ouders en vraagt toestemming om een bepaald middel te verstrekken en vraagt deze toestemming van ouders per e-mail te bevestigen. Als ouder(s)/verzorger(s) niet te bereiken zijn kan de leerkracht, na overleg met een collega, een eenvoudig middel geven. Bij twijfel wordt altijd een arts geraadpleegd en blijft de leerkracht het kind goed observeren.

2. Medicijnverstrekking

Hierbij gaat het om kinderen die medicijnen hebben die zij een aantal malen per dag moeten gebruiken, dus ook onder schooltijd (bijvoorbeeld: pufjes voor astma, antibiotica, etc). De ouders vragen aan de directeur of de school medewerking wil verlenen bij het verstrekken van middelen. De toestemming van ouders is dus gegeven. Als de directeur – na overleg met de leerkracht(en) van de desbetreffende leerling – bereid is het medicijn te verstrekken, wordt dit schriftelijk vastgelegd d.m.v. de medicijnenovereenkomst voor ouders. Deze overeenkomst, waarvan een model is bijgevoegd dan wel op school beschikbaar is, wordt in het dossier van de leerling bewaard. De leerkracht neemt alleen medicijnen in ontvangst in originele verpakking en uitgeschreven op naam van het kind. De leerkracht leest de bijsluiter goed, zodat hij/zij op de hoogte is van eventuele bijwerkingen.

3. Medische handelingen

Het komt niet vaak voor dat ouders aan de school vragen handelingen te verrichten die vallen onder medisch handelen. Meestal worden deze handelingen door de ouders zelf verricht. Als er toch een beroep op de school wordt gedaan, is het ter beoordeling van de directeur of op dit verzoek wordt ingegaan. Indien wordt besloten hieraan mee te werken, moet dit schriftelijk worden vastgelegd d.m.v. de medicijnenovereenkomst voor ouders.Deze overeenkomst wordt bewaard in het dossier van de leerling. De leerkracht of onderwijsassistent moet een gedegen instructie krijgen van de ouders alvorens de handeling te mogen uitvoeren. Wordt de behandeling te specialistisch of bestaat er onzekerheid of is er zelfs sprake van angst over de consequenties van de te verrichten handeling, dan kan school besluiten de behandeling aan de ouders over te laten.

3.26 Overeenkomst gebruik geneesmiddelen/verrichten van medische handelingen

Download hier de overeenkomst als pdf bestand. Deze kunt u inleveren op school.

3.27 Protocol ziektevervanging (als de leerkracht ziek is)

Binnen WSKO zijn afspraken gemaakt over hoe te handelen als een leerkracht ziek is.
Hieronder vindt u het stappenplan dat gehanteerd wordt:

Stap 1 : Vervanging binnen de eigen school met plusleerkracht

Iedere school heeft een extra leerkracht met de bedoeling deze in te zetten bij ziekte van een leerkracht;

Stap 2 : Overleg met collega-scholen

Het solidariteitsgevoel is van groot belang binnen WSKO. In tijd van nood wordt dat belang nog extra gevoeld. Op het moment dat de eigen extra leerkracht al is ingezet voor ziektevervanging, kan bij collega-scholen geïnformeerd worden of gebruik gemaakt kan worden van hun extra leerkracht;

Stap 3 : Vervanging binnen de eigen school

Voor het begin van ieder schooljaar wordt geïnventariseerd welke parttime leerkrachten in staat en bereid zijn om eventuele ziekte op te vangen;

Stap 4 : Vervanger via een uitzendbureau

WSKO heeft afspraken met speciaal op het onderwijs gerichte uitzendbureaus. Deze kunnen benaderd worden voor het inzetten van een uitzendkracht. Al deze uitzendkrachten beschikken over een onderwijsbevoegdheid en -ervaring;

Stap 5 : Inzetten van niet-groepsgebonden leerkrachten

De niet-groepsgebonden leerkrachten worden in de volgende volgorde benaderd: vakleerkracht, de intern begeleider, de adjunct-directeur. Binnen het team worden afspraken gemaakt ten aanzien van de maximale inzetbaarheid bij (ziekte) vervanging van de medewerkers op maandbasis. De verzoeken worden door de directeur naar evenredigheid over de leerkrachten met bovenstaande functies verdeeld. In onderling overleg kan van de volgorde worden afgeweken. Binnen de beschikbare mogelijkheden beslist uiteraard de directeur over de definitieve invulling;

Stap 6 : Leerlingen verdelen over de groepen

Indien er geen vervanging voorhanden is worden de leerlingen verdeeld. Omdat het verdelen van leerlingen over de groepen tot extra belasting leidt voor leerkrachten en de kwaliteit van ons onderwijs bedreigt, zal het opdelen niet langer dan een dag duren.

Stap 7 : Directeur voor de klas

Indien geen van voorgaande stappen tot het gewenste resultaat leidt, kan de directeur de vervanging voor zijn/haar rekening nemen. Dit ter beoordeling van de directeur. Een groot nadeel van deze stap is, dat daarmee de continuïteit van de school en het beleid in gevaar komt. De WSKO stelt zich op het standpunt, dat de inzet van de directeur slechts zeer beperkt mag voorkomen. Het mag in geen geval een structureel karakter krijgen. De directeur neemt de eerste vervangingsdag contact op met het bestuur.

Stap 8 : Leerlingen naar huis

Indien de voorgaande stappen niet hebben geleid tot een situatie, waarin de leerlingen kunnen worden opgevangen, overlegt de directeur met het bestuur. Het bestuur van WSKO zal in zo’n geval gevraagd worden in te stemmen met het verzoek van de directeur de leerlingen naar huis te sturen. Voordat de leerlingen werkelijk naar huis worden gestuurd, dienen ouders/ verzorgers tijdig te worden geïnformeerd. In overleg met de ouders/verzorgers wordt er gezocht naar een opvangmogelijkheid voor de kinderen. Kinderen waarvoor thuis geen opvang mogelijk is, dienen op school te worden opgevangen. In geval stap 8 gezet wordt, moet de onderwijsinspectie terstond geïnformeerd worden door de directeur.

3.28 Nascholing

De leerkrachten van ons team volgen cursussen zodat zij op de hoogte blijven van de vernieuwingen in het onderwijs. Cursussen worden gevolgd ter verbetering van het onderwijs op de Hofvilla. Het hele team heeft een cursus Coöperatief Leren, Vreedzame School en Lessen in Geluk gevolgd. De leerkrachten hebben hiervoor een certificaat gekregen. Tevens zal het team het komende jaar gaan werken aan talentontwikkeling. De leerkrachten hebben hier allemaal een certificaat voor gekregen. Het komende jaar zal het team zich blijven ontwikkelen op het gebied van Talentontwikkeling.

De leerkrachten voeren jaarlijks een ontwikkelgesprek. Hieruit volgt een POP (persoonlijk ontwikkelingsplan). Leerkrachten werken op deze manier aan hun professionele ontwikkeling. Zij hebben ook de mogelijkheid om individuele cursussen/opleidingen te volgen.

In de jaarplanning is een aantal studiedagen opgenomen, de leerlingen zijn op deze dagen vrij.

3.29 Stagiaires

Wij vinden het belangrijk dat studenten goed opgeleid worden, zodat er in de toekomst goede leerkrachten voor de klas staan en de kwaliteit van het onderwijs op peil blijft. Het is daarom van belang dat studenten in de gelegenheid gesteld worden om stage te lopen, zodat zij hun kennis in praktijk leren brengen en ervaring kunnen opdoen in het geven van onderwijs en alle werkzaamheden die daaruit voortvloeien. Op de Hofvilla treft u daarom regelmatig stagiaires aan. Een stagiaire heeft nooit de eindverantwoording voor een groep, deze verantwoordelijkheid blijft bij de groepsleerkracht. De stagiaires worden bij ons op school begeleid door de opleidingscoördinator. Op onze school is dat Melisande Schürmann. De Hofvilla is een opleidingsschool.

“Eén van de belangrijkste basisvaardigheden is het leren omgaan met elkaar”